Site Loader
Rock Street, San Francisco

Parli più lingue? Anda berbicara beberapa bahasa? Spreekt
u meerdere talen?

Ikzelf durf
inmiddels volmondig ‘ja’ te antwoorden op deze vraag, en de kans is relatief
groot dat dit ook voor u geldt, gezien dit voor steeds meer Nederlanders het
geval is. De hoge immigratiecijfers hebben geleid tot een grotere meertaligheid
onder de Nederlandse bevolking, waarbij vooral het Engels een grote rol speelt;
een taal die al sinds 1986 verplicht is op alle basisscholen in ons land.
Daarnaast zijn er inmiddels ook al meer dan honderd middelbare scholen waar
tweetalig les wordt gegeven, wat inhoudt dat veel van de vakken niet in het
Nederlands, maar in een andere taal (meestal Engels) wordt aangeboden. Dit zijn
natuurlijk belangrijke ontwikkelingen, maar ik ben van mening dat de
meertaligheid van de Nederlanders nog verder opgeschroefd kan en zou moeten
worden. De beste manier om dit te doen, is door kinderen twee- of meertalig op
te voeden.

We Will Write a Custom Essay Specifically
For You For Only $13.90/page!


order now

 

Jong Geleerd Is oud Gedaan

Als er al zoveel
meertalige Nederlanders zijn, waarom zouden we de nieuwe generatie dan nog
tweetalig moeten opvoeden?

De reden
hiervoor is dat het veel makkelijker en veel impactvoller is om al zo vroeg
mogelijk een nieuwe taal te leren. Al in 1967 toonde Eric H. Lenneberg aan dat mensen
een zogenaamde kritieke of sensitieve periode doormaken wat betreft
het leren van een (nieuwe) taal. Volgens hem moeten kinderen (uiterlijk) vóór
het begin van de puberteit een eerste taal hebben geleerd, omdat zij de taal,
en dan vooral de zinsbouw en grammatica, anders nooit meer op redelijk niveau
zouden leren beheersen.

Een van de
belangrijkste ondersteuningen voor deze theorie komt uit de praktijk: kinderen,
van verschillende leeftijden, die nog nooit eerder blootgesteld waren aan een
(menselijke) taal werden bestudeerd, en hieruit konden belangrijke conclusies
getrokken worden. Een bekend voorbeeld van deze kinderen is het meisje ‘Genie’
uit de Verenigde staten, dat na jarenlange opsluiting en mishandeling door haar
ouders eindelijk gered werd. Genie was tegen die tijd al veertien jaar oud, en
had het begin van de puberteit dus al bereikt. Ondanks de vele en lange
taaltrainingen heeft Genie helaas nooit goed leren spreken.

            Bij al deze kinderen gaat het echter om bewijs voor een
sensitieve periode bij het leren van een eerste
taal, terwijl wij nu juist zo benieuwd zijn naar hoe het precies zit bij het
leren van een taal naast de
moedertaal.  

Recenter onderzoek
van Johnson en Newport heeft aangetoond dat deze zelfde sensitieve periode ook
geldt voor het leren van een tweede taal, al zijn de regels hiervoor net iets
anders. Het onderzoek heeft aangetoond dat het leren van een tweede taal na de
start van puberteit nog wel mogelijk is, maar dat ook de beheersing van deze
taal (hoogstwaarschijnlijk) niet meer hetzelfde niveau zal bereiken als wanneer
deze taal tijdens de sensitieve periode (ongeveer tot zeven jaar)
(gedeeltelijk) geleerd was.

Daarnaast is het
ook nog eens makkelijker om tijdens de sensitieve periode een nieuwe taal te
leren. Dus als we toch verwachten dat kinderen meerdere talen moeten leren spreken,
zoals duidelijk wordt uit het feit dat ze op de basisschool al een nieuwe taal moeten leren, waarom maken we het ze dan
niet wat makkelijker?

Dat het zo
belangrijk is om vroegtijdig een tweede taal te leren, blijkt dus uit de
taalgevoeligheid van kinderen tijdens de kritieke periode. Al op éénjarige
leeftijd verandert  de taalgevoeligheid
van het kind, en heeft het al meer moeite met het onderscheiden van bepaalde
klankverschillen. Dit benadrukt alleen nog maar meer dat jong geleerd ook
werkelijk oud gedaan betekent.

 

Beheers Jezelf!

Ik ben van mening dat de ontwikkeling
van het kind centraal hoort te staan bij de opvoeding, en om dit te doen is het
cruciaal om een kind te leren de controle over zichzelf te behouden. Over zijn
acties en emoties. Zijn wensen, willen en kunnen. Dit is echter lang niet even
makkelijk voor ieder kind; al helemaal niet wanneer het nog zó jong is dat het
de meeste regels, normen en waarden van onze maatschappij nog moet leren kennen
en begrijpen.

Ook in dit opzicht lijken de
meertalige kinderen een voorsprong te hebben op hun eentalige
leeftijdsgenootjes. Onderzoek van Choi, Shinyoung
en Lipparda liet zien dat tweetalige kinderen een hogere mate van zelfcontrole
hebben dan eentalige kinderen.

“Dus?” hoor ik u nu denken. “Wat houdt
dat dan in?”

            In dit geval verstaan we onder
zelfcontrole of zelfbeheersing de mate waarin een kind inhibitie kan uitoefenen
op zijn eigen gedachten en acties, én de mate waarin het kind überhaupt de
controle weet te behouden over deze aspecten die zijn persoonlijkheid (en
ontwikkeling) in grote mate beïnvloeden.

            Onder andere in het hierboven genoemde
onderzoek (maar ook in tientallen andere), wordt zelfbeheersing gelinkt aan hoe
makkelijk een kind kan leren. Zo werd duidelijk dat de tweetalige kinderen uit
het onderzoek hoger scoorden op een wiskundetoets dan eentalige kinderen,
terwijl het wiskundeniveau bij de meertaligen van te voren juist lager lag. Volgens
de onderzoekers zou deze voorsprong bij het leren (hoogstwaarschijnlijk) veroorzaakt
worden doordat de meertalige kinderen meer inhibitie kunnen uitoefenen, zowel
tijdens het leren als tijdens het maken van een toets. Deze inhibitie zorgt er
weer voor dat de kinderen minder aandacht schenken aan onjuiste of onnodige
informatie, en daarmee juist extra tijd kunnen besteden aan informatie die er
wél toe doet.

            Een ander onderzoek, ditmaal van
Grundy en Chahi, biedt wat meer inzicht in hoe dit verschil precies ontstaat.
Zij vonden dat meertalige kinderen, bij het uitvoeren van zogenaamde
‘executieve taken’, duidelijk minder moeite hebben met het opnieuw focussen van
hun aandacht na het meemaken van een ‘conflict’. De deelnemers werd
verschillende stimuli getoond, waarbij in één blok een ambigue stimulus werd aangeboden.
Hierbij was het onduidelijk wat de juiste respons was. De meertaligen
herstelden zich snel, in tegenstelling tot de eentaligen. Volgens de
onderzoekers komt dit doordat de meertalige kinderen een hogere mate van
executieve controle, en dus zelfcontrole hebben, door het feit dat ze meerdere
talen spreken. Zij zouden, doordat ze zo vaak moeten wisselen van taal, beter
leren hoe ze bepaalde ingevingen moeten onderdrukken. Het is immers soms lastig
om te bedenken wat een bepaald woord in een andere taal is, en dit geldt
vanzelfsprekend nog meer voor meertalige kinderen, die per definitie geen
voorkeurstaal hebben.

            De
bovengenoemde onderzoeken geven dus aan dat meertalige kinderen letterlijk betere
cognitieve controle hebben en meer inhibitie op hun gedachten kunnen uitoefenen
dan eentalige kinderen, wat weer leidt tot verschillende positieve
ontwikkelingen voor het meertalige kind.

 

Denk
jij wat ik Denk?

            Er zijn veel verschillende manieren om
de (psychologische) ontwikkeling van een kind bij te houden en / of te meten,
maar één van de bekendste methoden is waarschijnlijk om dit aan te duiden door
middel van de stadia van Piaget, die grofweg als volgt lopen:

1.    
De sensomotorische fase loopt ongeveer van nul tot twee jaar. Een kind
heeft dit stadium volledig doorlopen wanneer het object permanentie begrijpt,
ofwel wanneer het snapt dat voorwerpen ook buiten hun belevingswereld (kunnen)
bestaan.

2.    
De pre-operationele fase loopt ongeveer van twee tot zeven jaar. Een
kind bereikt het einde van dit stadium wanneer het representatief kan denken.

3.    
De concrete operationele fase loopt van ongeveer zeven tot twaalf jaar,
en is in dit geval de meest interessante periode in het onderscheid van de ontwikkeling
van de een- en meertalige kinderen. Een kind voltooid dit stadium wanneer het
logisch kan nadenken over realistische, ‘echte’ objecten en het verschillende
dimensies (bijvoorbeeld dichtheid, afstand en gewicht) aan elkaar kan linken.

4.    
De formele operationele fase begint ongeveer rond het twaalfde
levensjaar. In de formele operationele fase kan een kind zowel concreet als
abstract denken, wat betekent dat het kind inmiddels ook geleerd heeft om na te
denken over het onmogelijke en / of onlogische.

Een
ander onderdeel van het derde stadium, waarbij een kind zich dusdanig ver
ontwikkeld heeft, is dat het onderscheid kan maken tussen wat het zelf, en wat
eventuele andere betrokkenen denken en weten. Deze vaardigheid wordt ook wel
het hebben van een ‘theory of mind’ genoemd. Om te controleren of een kind dit
onderscheid inderdaad kan maken, worden verschillende “false-beliefs tests” gebruikt, waarvan de Sally-Anne test waarschijnlijk de bekendste is.

            Bij de Sally-Anne
test, voor het eerst gebruikt in 1985 door Baron-Cohen en zijn collega’s, wordt
er gebruik gemaakt van twee poppen (die, zoals te verwachten was, Sally en Anne
heten). Pop Sally legt een knikker op tafel, waarna ze de kamer verlaat. Terwijl
Sally weg is, verstopt pop Anne de knikker, waarna Sally weer terugkomt. Aan
het kind wordt daarna gevraagd waar Sally
denkt dat de knikker ligt. Hierbij moet het dus onderscheid maken tussen
wat het zelf gezien heeft (de knikker werd verplaatst) en wat Sally gezien
heeft en weet (de knikker lag op tafel, maar is nu weg). Van de kinderen die
correct inschatten wat Sally weet, en dus waar ze denkt de knikker te vinden,
wordt gezegd dat zij een theory of mind bereikt hebben.

Inmiddels hebben meerdere onderzoeken
laten zien dat meertalige kinderen beter scoren op deze false-beliefs tests, en
dus beter zijn in het inschatten van wat anderen wel en niet (kunnen) weten.
Zij houden dus niet alleen rekening met hun eigen gedachten, maar ook met die
van anderen.

            Uit onderzoek van Rubio-Fernández
bleek dat dit prestatieverschil ontstaat door een verschil in ‘versterkt
aandacht management’, wat opnieuw te herleiden is naar een verbeterde
executieve controle, zoals eerder benoemd. De tweetalige kinderen wisten beter
met hun aandacht om te gaan, door deze te richten op de dingen die er echt toe
doen.

            Als gevolg zullen de meertalige
kinderen sneller het derde stadium van Piaget bereiken dan hun eentalige
leeftijdsgenoten, waardoor de ontwikkeling van deze kinderen dus letterlijk
sneller verloopt. Op de vraag “denk jij wat ik denk?” zullen de meertalige
kinderen dan ook sneller, én met meer overtuiging, ‘ja’ kunnen antwoorden.

 

 

 

Laat
ze maar Kletsen

Het kan dus eigenlijk heel kort gezegd
worden: een meertalige opvoeding maakt ontzettend veel verschil en leidt bij
kinderen tot enorme voorsprongen op leeftijdsgenoten. De kans dat kinderen in
contact komen met een vreemde taal wordt steeds groter in een wereld waar
globalisering de overhand heeft. Dit heb ik ook zelf weer gemerkt, bij het
zoeken van informatie over dit onderwerp: honderden artikelen, bijna allemaal
in het Engels. Ook dan is het handig als je weet wat er geschreven wordt.

De voordelen van een meertalige
opvoeding zijn ruim verspreid: van een betere zelfbeheersing tot meer
mensenkennis, maar er is dat ene vitale punt dat het verschil maakt tussen een
meertalige opvoeding en ‘gewoonweg’ het leren van een vreemde taal op school:
de sensitieve periode.

Dus laten we het onszelf, maar vooral
de generatie van de toekomst makkelijker maken om hun weg te vinden in de
wereld. Een meertalige opvoeding maakt het verschil.

En voor de mensen die nog steeds kritiek hebben: laat ze
maar kletsen. Al zullen ze dat in één taal moeten doen.

 

 

 

Post Author: admin

x

Hi!
I'm Eunice!

Would you like to get a custom essay? How about receiving a customized one?

Check it out